ECLI:NL:RVS:2023:1929
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C.P. Venema
- G.O. van Veldhuizen
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ernstige bodemverontreiniging en spoedige sanering chemische wasserij Budel-Schoot
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde bij besluit van 31 januari 2022 vast dat op het perceel van een chemische wasserij in Budel-Schoot sprake is van ernstige bodemverontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL), met name tetrachlooretheen (PER). De omvang van de verontreiniging overschrijdt de interventiewaarden ruimschoots en er is sprake van een verontreinigingspluim in het grondwater die zich over minstens 325 meter uitstrekt.
Appellant, eigenaar van de wasserij sinds 1979, stelde dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar andere mogelijke bronnen van verontreiniging en dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de sanering. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verontreiniging is terug te voeren op de bedrijfsactiviteiten van de chemische wasserij en dat er sprake is van één geval van verontreiniging met technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang.
De Raad van State stelde vast dat de omvang van de verontreiniging juist was vastgesteld en dat de noodzaak van spoedige sanering gerechtvaardigd is vanwege onaanvaardbare risico's van verspreiding. De aanwijzing van appellant als verantwoordelijke voor de sanering is conform de Wet bodembescherming, ongeacht of hij zelf de veroorzaker is. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van ernstige verontreiniging en spoedige sanering wordt bevestigd.