ECLI:NL:RVS:2021:1096
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C.P. Venema
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging en spoedige sanering Hoofdstraat 1 Budel-Dorplein
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 18 juni 2020 vastgesteld dat op de locatie Hoofdstraat 1 en omgeving in Budel-Dorplein sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, veroorzaakt door historische en huidige bedrijfsactiviteiten van de zinkfabriek, en dat spoedige sanering noodzakelijk is. Buzifac B.V., eigenaar van het fabrieksterrein, stelde beroep in tegen dit besluit.
Buzifac B.V. betoogde dat de omvang van het geval van verontreiniging onjuist was vastgesteld, met name dat de locaties van de voormalige gemeentelijke stortplaats en de Bekkens ten onrechte binnen de gevalscontour grondwater waren opgenomen. Het college stelde dat de verontreiniging deels door Buzifac B.V. was veroorzaakt en deels door andere bronnen, maar dat de contouren de minimale omvang van de verontreiniging weergeven.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat voor het vaststellen van ernst en spoedeisendheid niet vereist is dat de volledige omvang exact is vastgesteld, mits de afbakening voldoende is om een besluit te nemen. Gezien de onderzoeksrapporten is aannemelijk dat de gehele gevalscontour bodemverontreiniging bevat die aan Buzifac B.V. kan worden toegerekend. De vraag wie welke saneringskosten draagt, wordt in het saneringsplan nader onderzocht.
De Afdeling verwierp de aangevoerde bezwaren en verklaarde het beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep van Buzifac B.V. tegen het besluit tot vaststelling van ernstige bodemverontreiniging en spoedige sanering wordt ongegrond verklaard.