ECLI:NL:RVS:2020:2045
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen wegens overtreding erfafscheiding en bijgebouwen
Appellanten woonden met hun zoon op een perceel te Klimmen, gelegen op een woonwagenlocatie, en huurden de woning van de gemeente Voerendaal. Het college van burgemeester en wethouders legde dwangsommen op wegens overtredingen van regels omtrent de hoogte van de erfafscheiding en het gebruik en oppervlakte van bijgebouwen. Na controles stelde het college vast dat de overtredingen niet volledig waren beëindigd, waardoor dwangsommen werden verbeurd en deels ingevorderd.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder hun financiële situatie en de samenloop van sancties, tot vermindering van invordering hadden moeten leiden. Zij stelden dat zij duurzaam financieel niet in staat waren de dwangsommen te betalen en verwezen naar hun afstand tot de arbeidsmarkt, gezondheidsproblemen en eerdere intrekkingen van bijstandsuitkeringen.
De Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan in beginsel geen rekening hoeft te houden met de financiële draagkracht bij invordering van dwangsommen, tenzij evident is dat betaling niet mogelijk is. Appellanten hebben onvoldoende inzicht gegeven in hun financiële situatie en medische omstandigheden om dit aannemelijk te maken. De samenloop van sancties vormt geen reden voor bijzondere omstandigheden. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de invordering van dwangsommen en verklaart het hoger beroep ongegrond.