ECLI:NL:RVS:2020:2116
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bestuurlijke boete wegens onrechtmatige verhuur woning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €20.500,- op wegens het onrechtmatig onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning, in strijd met artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. De woning werd verhuurd aan toeristen via Airbnb, terwijl de hoofdbewoner niet feitelijk in de woning verbleef.
De rechtbank Amsterdam matigde de boete tot €5.125,- omdat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij de woning op meerdere data had gecontroleerd, maar onvoldoende had vastgelegd hoe de woning was ingericht en niet specifiek had gecontroleerd op toeristische verhuur. Het college stelde hoger beroep in, appellant incidenteel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de controles hebben plaatsgevonden, mede gelet op de inhoud van whatsappberichten en verklaringen van derden. Tevens is vastgesteld dat appellant niet adequaat heeft gecontroleerd op verhuur via Airbnb. Hierdoor is appellant terecht als overtreder aangemerkt en is de matiging van de boete door de rechtbank onterecht.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond, waardoor de oorspronkelijke boete van €20.500,- gehandhaafd blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500,- wordt gehandhaafd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.