ECLI:NL:RVS:2019:3040
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onrechtmatige verhuur van woonruimte aan toeristen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. Appellante verhuurde woningen die kadastraal als woonruimte waren geregistreerd aan toeristen, zonder dat deze woningen als hoofdverblijf waren ingeschreven in de Basis Registratie Personen. De woningen werden op 10 oktober 2016 door toezichthouders bezocht en wegens vlucht- en brandonveilige situaties gesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat sprake was van onttrekking aan de woningvoorraad en dat appellante als eigenaar verantwoordelijk was omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet wist of kon weten van de illegale verhuur. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van onttrekking omdat de woningen bestemd waren voor haar huurder en diens familie en dat zij niet wist van de verhuur aan toeristen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van de woningen door toeristen zonder inschrijving in de BRP en zonder reguliere bewoning een overtreding van artikel 21 Hw Pro 2014 vormt. De boete is terecht opgelegd omdat appellante onvoldoende toezicht hield en niet aannemelijk maakte dat zij niet wist of kon weten van de illegale verhuur. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €13.500 wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt bevestigd.