ECLI:NL:RVS:2020:2228
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijk huisverbod en contactverbod na geweldsincident in gezin
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de locoburgemeester van Zeist om een tijdelijk huisverbod en contactverbod op te leggen na een geweldsincident tussen appellant en zijn vrouw, in het bijzijn van hun minderjarige kinderen. Het huisverbod gold voor tien dagen en beoogde een afkoelingsperiode te creëren om verdere escalatie te voorkomen.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de locoburgemeester bevoegd was het besluit te nemen en dat het huisverbod op grond van het risico-taxatieinstrument gerechtvaardigd was. Appellant voerde onder meer aan dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden, het huisverbod niet proportioneel was en dat het contactverbod onterecht was opgelegd.
De Raad van State verwierp alle bezwaren. De bevoegdheid van de locoburgemeester werd bevestigd, het risico-taxatieinstrument bood voldoende grondslag en het huisverbod was passend gezien de acute noodzaak tot bescherming. Ook het contactverbod werd als proportioneel beoordeeld. De Afdeling benadrukte dat het huisverbod een bestuurlijke maatregel is die ook kan worden ingezet zonder dat strafbare feiten zijn vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid en proportionaliteit van het huis- en contactverbod in deze situatie van huiselijk geweld.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen het tijdelijk huisverbod en contactverbod wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.