ECLI:NL:RVS:2020:2253
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.J.C. de Moor-van Vught
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 mei 2018 het verzoek van een vreemdeling af om uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Paposhvili tegen België. Tevens stelde de Afdeling vast dat het bezwaar van de vreemdeling kennelijk ongegrond was omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de medische behandeling in Marokko niet toegankelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.