ECLI:NL:RVS:2020:226
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ernstig misdrijf voor intrekking verblijfsvergunning asiel en terugwijzing zaak naar rechtbank
De staatssecretaris trok de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling in wegens ernstige redenen om aan te nemen dat hij een ernstig misdrijf had gepleegd, gebaseerd op meerdere geweldsmisdrijven met een totaal van meer dan zes maanden gevangenisstraf.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte het begrip ernstig misdrijf had ingevuld door straffen voor verschillende misdrijven op te tellen en stelde dat alleen een enkel ernstig misdrijf tot intrekking kan leiden. De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het begrip niet gedefinieerd is in de Kwalificatierichtlijn en dat zijn beleid een zekere zwaarte van straffen als criterium mag hanteren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde het standpunt van de staatssecretaris en verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie dat het begrip ernstig misdrijf beperkt moet worden uitgelegd, maar dat meerdere criteria, waaronder strafduur en aard van het misdrijf, moeten worden meegewogen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling of de intrekking van de vergunning terecht is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.