ECLI:NL:RVS:2020:2268
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 juli 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 augustus 2020 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De staatssecretaris werd bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 23 september 2020 en bevestigt het belang van het beschermen van de vreemdeling tegen uitzetting tijdens de procedure, waarbij tevens aandacht is voor de kosten die de vreemdeling heeft moeten maken voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.