ECLI:NL:RVS:2021:1457
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving Wet natuurbescherming bij uitbreiding natuurcamping en bescherming dassen
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een geschil over de uitbreiding van natuurcamping [appellante sub 1] in Diffelen en de mogelijke overtreding van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wet natuurbescherming (Wnb), dat het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dassen verbiedt.
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel legde een last onder dwangsom op wegens vermeende overtredingen, gebaseerd op rapporten en toezichthoudende bevindingen. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, omdat onvoldoende was aangetoond dat de uitbreiding de dassenburcht zou verstoren of dat het verlies van foerageergebied niet gecompenseerd kon worden door alternatieven.
In hoger beroep betoogden Das en Boom en anderen dat de rechtbank een te beperkte maatstaf hanteerde en dat het college wel degelijk aannemelijk had gemaakt dat de uitbreiding essentiële foerageergebieden aantast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het college onvoldoende bewijs leverde dat de uitbreiding de functionaliteit van de dassenburcht aantast en dat er voldoende alternatieve foerageergebieden beschikbaar zijn. Ook het latere besluit van het college om handhaving af te wijzen werd bevestigd.
De Afdeling concludeert dat geen overtreding van artikel 3.10 Wnb is vastgesteld, dat het college niet bevoegd was tot handhaving, en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Daarmee komt een einde aan de procedure over het handhavingsverzoek tegen de campinguitbreiding.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van overtreding van artikel 3.10 Wnb, waardoor handhaving niet gerechtvaardigd is.