ECLI:NL:RVS:2020:2458
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en intrekking verblijfsvergunningen asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft in oktober 2018 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van zes vreemdelingen ingetrokken, hun verlengingsaanvragen afgewezen, en hen bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten met een inreisverbod.
De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die hun beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegelijkertijd verzochten zij om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 20 oktober 2020 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.