ECLI:NL:RVS:2020:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens ontbreken geldig reisdocument en onvoldoende inburgering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat hij geen geldig buitenlands reisdocument kon overleggen, waardoor zijn nationaliteit niet kon worden vastgesteld. Daarnaast werd het Nederlanderschap geweigerd op grond van onvoldoende inburgering volgens artikel 8, eerste lid, onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeert omdat hij niet alle mogelijke stappen heeft kunnen zetten om de benodigde documenten te verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert, mede omdat verklaringen van officiële instanties niet stelden dat het verkrijgen van documenten onmogelijk is. Ook het argument dat reizen naar Soedan niet van hem kan worden verlangd, faalde omdat hij dit al uit eigen beweging had gedaan en geen asielvergunning bezit.
Verder wees appellant op zijn medische situatie en het rapport van Argonaut, maar deze gronden werden niet ontvankelijk verklaard of onvoldoende onderbouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd.