ECLI:NL:RVS:2020:2601
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar wegens risico op ongewenste beïnvloeding
Appellant, werkzaam sinds 2001 bij KLM als Teamcoördinator Bagage Processen, had een verklaring van geen bezwaar (VGB) voor zijn vertrouwensfunctie die toegang tot het beschermde gebied van luchthaven Schiphol geeft. Na een nieuw veiligheidsonderzoek in 2019 trok de minister de VGB in vanwege onvoldoende waarborgen dat appellant zijn functie getrouwelijk zou vervullen. De minister baseerde dit op de Leidraad persoonlijke gedragingen en omstandigheden, met name het criterium 'onafhankelijkheid' en de indicator 'ongewenste beïnvloeding'.
Appellant voerde aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij een bovengemiddelde kans loopt benaderd en beïnvloed te worden, en dat hij zich niet kon verweren tegen vertrouwelijke stukken. Ook stelde hij dat de rechtbank ten onrechte het belang van nationale veiligheid zwaarder had gewogen dan zijn belangen. De rechtbank had het besluit van de minister echter rechtmatig geoordeeld en het bezwaar ongegrond verklaard.
De Raad van State overwoog dat de minister ruime beoordelingsruimte heeft bij het intrekken van een VGB en dat de vertrouwelijke stukken en het advies van de Bezwarencommissie voldoende motivering boden. De Raad verwierp het verweer dat appellant zich niet kon verweren vanwege vertrouwelijkheid en bevestigde dat het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt dan het individuele belang van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd wegens onvoldoende waarborgen voor onafhankelijke vervulling van de vertrouwensfunctie.