ECLI:NL:RVS:2020:2629
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep nadeelcompensatie salonboten Deventer
Eureka exploiteert salonboten en was huurder van een ponton nabij De Worp te Deventer. Na het vervallen van de ligplaats bij De Worp verzocht zij om nadeelcompensatie wegens inkomensschade. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af, waarna Eureka bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college, stellende dat het college het verzoek te beperkt had opgevat en onvoldoende onderzoek had gedaan. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college het verzoek terecht als een aanvraag om tegemoetkoming in planschade had behandeld en dat Eureka geen planschade had geleden door het nieuwe bestemmingsplan. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de planologische regels en het overgangsrecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van het college ongegrond verklaard.
Het herstelbesluit van het college werd eveneens vernietigd. Het verzoek van Eureka om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de gemeente werd doorverwezen naar de raad, omdat deze niet partij is in deze procedure. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Deventer tot nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.