Uitspraak
Datum uitspraak: 11 november 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van Natuurmonumenten tegen het besluit van 8 juni 2018 waarbij bezwaar tegen de vergunning voor garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden werd afgewezen. De vergunning was verleend voor de periode 2017-2022 en gebaseerd op een passende beoordeling die volgens de minister zekerheid gaf dat de natuurlijke kenmerken van de gebieden niet zouden worden aangetast.
De rechtbank had het besluit van de minister rechtmatig geoordeeld, onder meer omdat zij aannam dat garnalenvisserij geen significante effecten heeft op vogelsoorten zoals de fuut en middelste zaagbek, en dat de bodemberoering beperkt is. Ook werd een cumulatietoets ten aanzien van Belgische garnalenvisserij als voldoende beschouwd.
Natuurmonumenten voerde aan dat de passende beoordeling gebrekkig was, onder meer omdat er geen gebiedsspecifiek onderzoek was verricht, de visserijdruk onderschat werd, bodemberoering ernstiger is dan aangenomen, en effecten op habitattype H1160, de fint, zeeprik en rivierprik onvoldoende zijn onderzocht. Tevens stelde zij dat de cumulatietoets ontbrak voor de Nederlandse garnalenvisserij.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 8 juni 2018 niet deugdelijk is gemotiveerd vanwege het ontbreken van een cumulatietoets en dat de rechtbank ten onrechte toepassing gaf aan artikel 6:22 Awb Pro. De minister wordt opgedragen het besluit binnen 8 weken te herstellen door een deugdelijke motivering of een nieuw besluit te nemen en dit aan de Afdeling mee te delen.
Uitkomst: Besluit van 8 juni 2018 niet deugdelijk gemotiveerd; minister opgedragen het besluit binnen 8 weken te herstellen.