ECLI:NL:RVS:2020:2696
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering paspoort wegens studieschuld en betalingsachterstand
Appellante, een Nederlandse woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, vroeg om een paspoort, maar haar aanvraag werd geweigerd omdat zij met een studieschuld een betalingsachterstand had en was opgenomen in het Register Paspoortsignaleringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister marginaal moest toetsen of de opname in het register evident onjuist was. Uit het dossier bleek dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet hoefde af te lossen of dat er een betalingsregeling was overeengekomen vóór het besluit. De minister mocht daarom de weigering handhaven.
Appellante voerde aan dat het besluit disproportioneel was en in strijd met het EVRM en EU-recht, maar de Afdeling verwierp deze bezwaren, omdat zij een identiteitskaart kon krijgen en het onderscheid gerechtvaardigd was.
Wel oordeelde de Afdeling dat de minister de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit na ingebrekestelling had overschreden en legde een dwangsom van € 20,- op. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard, waarbij de minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskosten.