ECLI:NL:RVS:2020:2755
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet bodembescherming afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd wegens het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op een onverhard oppervlak zonder adequate voorziening, in strijd met artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Na controles op het perceel van appellant werden meerdere overtredingen vastgesteld en dwangsommen opgelegd.
Appellant voerde aan dat het college niet gelijk handhavend optreedt tegen anderen die soortgelijke overtredingen plegen en dat de hoogte van de dwangsom onevenredig is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen concrete gevallen had aangevoerd ter onderbouwing van het gelijkheidsbeginsel en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. De hoogte van de dwangsom werd geacht in redelijke verhouding te staan tot de overtreding en het doel van naleving.
Tegen het invorderingsbesluit van de verbeurde dwangsom voerde appellant geen specifieke gronden aan. De Afdeling bevestigde dat invordering van dwangsommen noodzakelijk is voor effectieve handhaving en wees het beroep ook tegen dit besluit af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen en invorderen van de last onder dwangsom is ongegrond verklaard.