ECLI:NL:RVS:2021:2060
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen voor overtredingen agrarisch perceel Haaksbergen
Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen legde op 31 juli 2018 aan appellant dwangsommen op wegens drie overtredingen op twee agrarische percelen: het gebruik van niet-gecertificeerde dieselolietanks, opslag van afvalstoffen en materialen die niet passen bij agrarisch gebruik, en het gebruik van een perceel als stortplaats in strijd met het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank deze dwangsommen en het invorderingsbesluit van 11 februari 2020 ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college onrechtmatig handelde, onder meer door het gelijkheidsbeginsel te schenden en door een onevenredige financiële druk uit te oefenen met de dwangsommen. Ook stelde hij dat het college niet bevoegd was tot handhaving en dat het invorderingsbesluit onrechtmatig was omdat het werd genomen voordat het dwangsombesluit onherroepelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat appellant onvoldoende concreet had aangetoond dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. De hoogte van de dwangsommen werd als proportioneel beoordeeld, mede gelet op de Leidraad handhavingsacties. Het invorderingsbesluit was rechtmatig, ook al was het dwangsombesluit nog niet onherroepelijk, en appellant had onvoldoende onderbouwd dat hij niet in staat was het bedrag van € 55.000 te betalen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.