ECLI:NL:RVS:2020:2863
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- D.A. Verburg
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Midden-Groningen over branchebeperking Winkelpark Hoogezand
De raad van de gemeente Midden-Groningen wees het verzoek van appellante en Woonplein Hoogezand af om de branchebeperking in het bestemmingsplan 'Woongebieden' voor het Winkelpark Hoogezand op te heffen. Deze beperking staat alleen grootschalige detailhandel binnen bepaalde thema's toe. Appellante en Woonplein voerden aan dat het bestemmingsplan leidt tot structurele leegstand en dat de weigering om de branchebeperking te herzien onevenredig is en niet voldoende is onderbouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de branchebeperking gerechtvaardigd is volgens artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. De raad overhandigde pas in beroep een rapport van Rho adviseurs ter onderbouwing, waardoor het besluit niet zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is in strijd met de Awb.
Desondanks concludeert de Afdeling dat het detailhandelsbeleid van de gemeente gericht is op het voorkomen van leegstand en het behouden van de vitaliteit van het hoofdwinkelgebied De Hooge Meeren. Het rapport van Rho toont aan dat het toestaan van meer detailhandel op het Winkelpark een negatieve invloed kan hebben op de leegstand en leefbaarheid in de winkelgebieden. De Afdeling acht het besluit van de raad geschikt, noodzakelijk en proportioneel om het nagestreefde doel te bereiken.
De Afdeling verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 17 oktober 2019, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens veroordeelt zij de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante en Woonplein Hoogezand.
Uitkomst: Het besluit van de raad van Midden-Groningen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.