ECLI:NL:RVS:2018:4195
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R. Uylenburg
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus opgelegd wegens onvoldoende onderbouwing brancheringsregeling Maastricht Zuidoost
De zaak betreft beroep tegen het bestemmingsplan "Reparatie- en actualiseringsplan Maastricht Zuidoost" van 22 maart 2016, waarin beperkingen zijn gesteld aan detailhandel in niet-autogerelateerd assortiment op bedrijventerreinlocaties. Appellante exploiteert een groot- en detailhandelsbedrijf en wenst meer branchevreemde detailhandel toe te staan.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde onder meer het overgangsrecht, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en de toepassing van de Dienstenrichtlijn. De Afdeling concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het branchevreemde gebruik vóór het bestemmingsplan Randwyck-Zuid (1993) plaatsvond en ononderbroken is voortgezet. Het beroep op rechtszekerheid faalde.
De Afdeling oordeelde dat de planregeling ruimtelijke doelen nastreeft en niet is ingegeven door economische bescherming. Wel is het onderzoek naar de geschiktheid van de brancheringsregeling en de vraag of deze niet verder gaat dan nodig onvoldoende onderbouwd met specifieke gegevens die toepasbaar zijn op Maastricht. Daarom is toepassing van de bestuurlijke lus aangewezen om de raad op te dragen de gebreken te herstellen door nader onderzoek of een aangepaste regeling.
De Afdeling wees verder het betoog over het gelijkheidsbeginsel af omdat de raad het beleid coherent en systematisch toepast. De uitspraak bevat een gedetailleerde analyse van de Dienstenrichtlijn, jurisprudentie van het Hof van Justitie en de noodzaak van een analyse met specifieke gegevens voor de evenredigheidstoets.
Uitkomst: De raad van Maastricht krijgt 20 weken om de brancheringsregeling nader te onderbouwen of te wijzigen.