ECLI:NL:RVS:2020:2896
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar voor woningbouwplan Catharina Segrina in Rijsenhout
De minister van Infrastructuur en Waterstaat weigerde op 18 januari 2018 een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor het bouwplan Catharina Segrina, waarbij 25 woningen op voormalige glastuinbouwgronden in Rijsenhout zouden worden gerealiseerd. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer steunde het initiatief, maar het perceel ligt in een beperkingengebied van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) waar woningbouw niet is toegestaan zonder verklaring van geen bezwaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante sub 1 en het college ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het perceel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt en dat de minister de weigering deugdelijk heeft gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak, hoewel zij van oordeel is dat de rechtbank het begrip "bestaand stedelijk gebied" in het LIB onjuist heeft uitgelegd. De Afdeling stelt dat dit begrip gelijk moet worden uitgelegd als in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), waarbij planologische mogelijkheden bepalend zijn en geen peildatum geldt.
Desondanks ligt het perceel volgens de Afdeling niet binnen bestaand stedelijk gebied, omdat de planologische bestemming agrarisch is en geen stedenbouwkundig samenstel ten behoeve van stedelijke functies mogelijk is. De minister heeft bovendien voldoende gemotiveerd dat er geen zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van het LIB, mede vanwege het risico op precedentwerking. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat vergelijkbare projecten binnen bestaand stedelijk gebied liggen. De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de minister om een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor het woningbouwplan omdat het perceel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt en geen zwaarwegende redenen voor afwijking zijn aangetoond.