ECLI:NL:RVS:2020:2945
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 november 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 november 2020 het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen ervan in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist, gegrond is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode, conform eerdere jurisprudentie. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 10 december 2020 door voorzieningenrechter C.J. Borman in aanwezigheid van griffier M. van Wezep. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting tijdens de procedure en waarborgt zijn recht op opvang.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.