ECLI:NL:RVS:2020:2983
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling handhaving tuinhuizen en schuttingen in Hoeksche Waard
Het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard weigerde handhavend op te treden tegen het plaatsen van tuinhuizen en schuttingen op meerdere percelen in Numansdorp, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en deels niet-ontvankelijk, waarbij appellant slechts belanghebbende werd geacht voor het perceel direct grenzend aan zijn woning.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij voor alle percelen belanghebbende was en dat het college ten onrechte handhaving weigerde omdat de bouwwerken vergunningplichtig zouden zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant alleen belanghebbende is voor het perceel direct grenzend aan zijn woning en dat het tuinhuis en de schutting op dat perceel omgevingsvergunningvrij zijn volgens het Besluit omgevingsrecht.
De Afdeling vernietigde het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep over het perceel met het tuinhuis en de schutting en verklaarde het beroep inhoudelijk ongegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit over het perceel met het tuinhuis en de schutting wordt inhoudelijk ongegrond verklaard.