ECLI:NL:RVS:2020:3007
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervallenverklaring paspoort wegens faillissement ondanks beroep op familiebezoek
De burgemeester van Den Haag verklaarde het paspoort van appellant vervallen op verzoek van de rechter-commissaris vanwege zijn faillissement. Appellant stelde bezwaar in tegen deze beslissing, maar zowel de burgemeester als de rechtbank verklaarden dit ongegrond. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de vervallenverklaring een onevenredige benadeling van appellant opleverde, met name omdat hij zijn familieleden in het buitenland niet meer kon bezoeken.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn familieleden hem niet in Nederland kunnen bezoeken, waardoor geen sprake was van een onevenredige benadeling. De inmenging in het recht op respect voor het privé- en familieleven zoals beschermd in artikel 8 EVRM Pro werd als gerechtvaardigd beoordeeld vanwege het belang van de schuldeisers.
Verder werd geoordeeld dat de vervallenverklaring niet in strijd is met artikel 12 van Pro het IVBPR, omdat appellant binnen de EU kan reizen met een identiteitskaart. De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vervallenverklaring van het paspoort wegens faillissement en wijst het hoger beroep af.