ECLI:NL:RVS:2020:3107
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming tewerkstelling beveiligingsmedewerker wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verkeersruzie
De korpschef heeft op 18 februari 2019 de toestemming om appellant als beveiliger tewerk te stellen ingetrokken vanwege een verkeersruzie op 16 december 2018, waarbij appellant rechtsregels zou hebben overtreden die een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde vormen.
Appellant voerde aan dat hij de-escalerend handelde en dat de verklaringen van tegenstanders onvoldoende betrouwbaar waren. Ook stelde hij dat de korpschef onvoldoende rekening had gehouden met het sepot, zijn schone arbeidsverleden en het bemiddelingsgesprek. Daarnaast betoogde hij dat het beleid van de korpschef onredelijk is en onvoldoende maatwerk biedt.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat appellant zich agressief had opgesteld tijdens het incident, hetgeen zijn betrouwbaarheid ondermijnt. Het sepot en andere persoonlijke omstandigheden konden niet tot een ander oordeel leiden. De belangenafweging van de korpschef was rechtmatig en het beleid niet onredelijk.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De intrekking van de toestemming blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor tewerkstelling als beveiliger wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verkeersruzie.