ECLI:NL:RVS:2020:400
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef over kennisneming politiegegevens in rechtshulpverzoeken
Appellant verzocht op grond van de Wet politiegegevens om inzage in politiegegevens die over hem worden verwerkt. De korpschef van politie stond deels kennisneming toe maar weigerde inzage in gegevens uit rechtshulpverzoeken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de korpschef terecht gegevens als politiegegevens had aangemerkt en dat het belang van een goede uitvoering van de politietaak een afwijzing van het verzoek kon rechtvaardigen. Echter, met betrekking tot de rechtshulpverzoeken had de korpschef niet de vereiste toestemming van de betrokken lidstaat verkregen en had hij onvoldoende kennis vergaard om een afwijzing te rechtvaardigen.
Daarom vernietigde de Afdeling het besluit voor zover het ging om de rechtshulpverzoeken en droeg de korpschef op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De proceskosten werden vastgesteld en verdeeld over samenhangende zaken.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef wordt vernietigd voor zover het kennisneming van politiegegevens in rechtshulpverzoeken betreft en de korpschef wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.