ECLI:NL:RVS:2020:401
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef over kennisneming politiegegevens in rechtshulpverzoeken
Appellant verzocht de korpschef van politie om inzage in zijn politiegegevens op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens. De korpschef stond deels inzage toe maar weigerde inzage in gegevens uit rechtshulpverzoeken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de korpschef terecht de gegevens als politiegegevens heeft aangemerkt en het verzoek deels mocht afwijzen vanwege het belang van de goede uitvoering van de politietaak. Echter, met betrekking tot de rechtshulpverzoeken was de korpschef niet in staat de nodige kennis te verschaffen en had hij niet de vereiste toestemming van het betrokken land ontvangen.
Daarom is het besluit voor zover het betrekking heeft op rechtshulpverzoeken vernietigd. De korpschef moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De proceskosten zijn deels aan de korpschef opgelegd.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef wordt vernietigd voor zover het kennisneming van politiegegevens in rechtshulpverzoeken betreft en de korpschef moet een nieuw besluit nemen.