ECLI:NL:RVS:2020:456
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking toestemmingen beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft op 14 juni 2018 de toestemmingen van [wederpartij] om werkzaamheden te verrichten voor drie particuliere beveiligingsorganisaties ingetrokken wegens onvoldoende betrouwbaarheid. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van [wederpartij] tegen deze intrekkingen gegrond en herroept de besluiten. De korpschef stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef beoordelingsruimte toekomt bij de betrouwbaarheidstoets en dat de beleidsregels een ruime uitleg van betrouwbaarheid geven, waarbij ook eerdere veroordelingen en processen-verbaal mogen worden betrokken. De Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte deze feiten buiten beschouwing liet en dat het structureel rijden zonder rijbewijs een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde vormt.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de korpschef gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De intrekking van de toestemmingen blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de toestemmingen voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid wordt gehandhaafd.