ECLI:NL:RVS:2020:479
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 30 juli 2019 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende had gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat de vreemdeling medisch gezien in staat achtte om te reizen onder bepaalde reisvereisten. Hoewel de behandelaar van de vreemdeling twijfels uitte over de veiligheid van de overdracht, was dit onvoldoende om het BMA-advies te weerleggen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris standhield. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit van de staatssecretaris standhoudt.