ECLI:NL:RVS:2020:545
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris nam de asielaanvraag van de vreemdeling op 24 juni 2019 opnieuw niet in behandeling, omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de aanvraag alsnog in behandeling moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gegeven over de toepassing van de discretionaire bevoegdheid in artikel 17 van Pro de Dublinverordening, terwijl de rechter terughoudend moet toetsen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris zijn bevoegdheid op redelijke wijze had toegepast.
De vreemdeling voerde aan dat de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk was, maar dit werd door de Afdeling verworpen. De staatssecretaris had alle relevante feiten betrokken en terecht geoordeeld dat geen sprake was van bijzondere individuele omstandigheden die een overdracht aan Spanje onevenredig hard maakten.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.