Uitspraak
Datum uitspraak: 26 februari 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Waternet verleende in 2017 vergunningen bijzonder transport aan Canal Rondvaart voor vaartuigen die niet binnen het doorvaartprofiel B passen, met een geldigheidsduur tot 8 april 2023. De vergunningen zijn gebaseerd op de Overgangsregeling die een overgangsbepaling bevatte, welke voorzag in een vergunning voor onbepaalde tijd indien binnen 15 jaar aan milieuvriendelijkere bedrijfsvoering werd voldaan. Deze overgangsbepaling is in 2016 door Waternet ingetrokken omdat de gemeenteraad strengere milieunormen in de Nota Varen had vastgesteld.
Canal Rondvaart stelde dat het schrappen van de overgangsbepaling in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwen dat was gewekt op een vergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van Waternet onrechtmatig is omdat de overgangsbepaling onderdeel was van de totstandkomingsgeschiedenis en het vertrouwen van reders beschermt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van Waternet, herroept het besluit van 2017 voor zover de overgangsbepaling niet is opgenomen, en bepaalt dat Waternet deze overgangsbepaling alsnog in de vergunningen opneemt. Hierdoor kan Canal Rondvaart met haar vaartuigen blijven varen zolang voldaan wordt aan de milieueisen uit de Nota Varen. Tevens werd Waternet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van Waternet om de overgangsbepaling niet op te nemen in de vergunningen wordt vernietigd en de overgangsbepaling wordt alsnog opgenomen, waardoor Canal Rondvaart een vergunning voor onbepaalde tijd kan verkrijgen bij naleving van milieueisen.