ECLI:NL:RVS:2020:622
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale schuilstal ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel en dierenwelzijn
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond legde aan appellant een last onder dwangsom op om een illegale schuilstal op een agrarisch perceel te verwijderen. Appellant voerde onder meer aan dat de schuilstal een renovatie betrof van een bestaand bouwwerk, dat hij niet het feitelijk beheer had vanwege eigendomsoverdracht aan een vennootschap, dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat handhaving onevenredig was vanwege dierenwelzijn.
De rechtbank oordeelde dat de schuilstal een nieuw illegaal bouwwerk is, dat appellant als overtreder kan worden aangemerkt en dat het college bevoegd is tot handhaving. De rechtbank vond het beroep op het gelijkheidsbeginsel grotendeels ongegrond en stelde dat de beleidsregel handhaving particuliere bouwwerken rechtmatig is. De Raad van State bevestigt deze uitspraken en wijst de bezwaren van appellant af.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de schuilstal grotendeels nieuw is, dat interne afspraken binnen de vennootschap niet aantonen dat appellant niet in zijn macht heeft aan de last te voldoen, en dat het college terecht geen concreet zicht op legalisatie ziet. Ook is het belang van dierenwelzijn onvoldoende om handhaving te weerhouden. De Raad concludeert dat het college rechtmatig heeft gehandeld en bevestigt de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom voor het verwijderen van de illegale schuilstal en verklaart het hoger beroep ongegrond.