ECLI:NL:RVS:2020:901
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijke bevoegdheid en schadevergoeding bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens
In deze zaak heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk inzake de verwerking van zijn NAW-gegevens in het postregistratiesysteem en op het VNG-Forum. Het college verklaarde aanvankelijk het bezwaar ongegrond, maar wijzigde dit later en verstrekte alsnog een overzicht van de verwerkte gegevens. Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens onrechtmatige verwerking en te late informatieverstrekking.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vastgesteld dat de bestuursrechter bevoegd is om verzoeken om schadevergoeding in verband met onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door bestuursorganen te beoordelen, mits het verzoek niet hoger is dan €25.000. De bestuursrechter kan aldus een oordeel geven over de onrechtmatigheid van de verwerking, ook als het besluit zelf niet onrechtmatig is.
Inhoudelijk oordeelt de Afdeling dat de verwerking van persoonsgegevens door het college niet onrechtmatig was, omdat het doel van het vermelden van appellant op het VNG-Forum in overeenstemming was met de Wet bescherming persoonsgegevens en de AVG, en proportioneel was. Het verzoek om schadevergoeding wegens het niet tijdig informeren wordt eveneens afgewezen, omdat appellant geen concrete gegevens heeft overgelegd waaruit geestelijk letsel of een aantasting van zijn persoon blijkt.
De Afdeling sluit aan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU dat schadevergoeding alleen toekomt bij aantasting van de persoon die met concrete gegevens onderbouwd moet worden. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, het beroep tegen het besluit van 19 februari 2019 is niet-ontvankelijk en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep tegen het besluit van 19 februari 2019 niet-ontvankelijk verklaard.