Uitspraak
Datum uitspraak: 1 april 2020
Raad van State
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rijn en IJssel verleende op 27 februari 2019 een vergunning krachtens de Waterwet voor het plaatsen van drie windturbines en bijbehorende werkzaamheden in de beschermingszone van de primaire waterkering Kleefse Waard in Arnhem. Stichting AGA/Presikhaaf stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning onrechtmatig was verleend vanwege onder meer onvoldoende onderzoek naar de gevolgen voor de waterveiligheid en het niet gelijktijdig voorbereiden van besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat Stichting AGA/Presikhaaf belanghebbende is bij het besluit en dat het beroep ontvankelijk is. De Afdeling verwierp de bezwaren dat de Crisis- en herstelwet onjuist was toegepast en dat de vergunning niet gecoördineerd was voorbereid met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning.
De Afdeling vond het onderzoek naar de effecten van de windturbines op de waterkering, waaronder trillingsonderzoek en stabiliteitsanalyses, voldoende deugdelijk en representatief. Ook werd geoordeeld dat de vergunningaanvraag leidend is voor de afstandsgegevens en dat aanvullende plannen en rapporten op een later moment kunnen worden ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting AGA/Presikhaaf tegen de watervergunning voor drie windturbines nabij de primaire waterkering Kleefse Waard wordt ongegrond verklaard.