ECLI:NL:RVS:2019:818
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing water- en wegenvergunning Windpark Westerse Polder
Het college van dijkgraaf en heemraden van waterschap Hollandse Delta verleende een water- en wegenvergunning voor het vernieuwen van Windpark Westerse Polder, waarbij zeven windturbines worden vervangen door vijf grotere turbines en een inkoop- en transformatorstation wordt gerealiseerd.
Appellanten, wonend op circa 1 km afstand, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke zicht- en geluidhinder en negatieve effecten op de waterkering en hun woon- en leefklimaat. De rechtbank verklaarde hun beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat zij als belanghebbenden ontvankelijk zijn omdat zij gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden, mede door het risico op wateroverlast bij falen van de primaire waterkering.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat beleidsregel BL-01 van de Nota toetsingskaders en beleidsregels voor het watersysteem 2014 niet van toepassing is op windturbines, omdat deze als grootschalige bouwwerken worden beschouwd en maatwerk vereist is. Wel oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de ombouw van een windturbine tot inkoop- en transformatorstation kleinschalige her- en verbouw betreft. Hierdoor moet de aanvraag alsnog worden getoetst aan de nieuwbouwcriteria van beleidsregel BL-01.
De Afdeling draagt het college op binnen 16 weken het besluit te herstellen door de aanvraag opnieuw te toetsen aan de relevante artikelen van beleidsregel BL-01, met inachtneming van de motivering. Over proceskosten zal in de einduitspraak worden beslist.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen 16 weken de vergunning opnieuw te toetsen aan beleidsregel BL-01 voor het inkoop- en transformatorstation.