ECLI:NL:RVS:2021:1
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 17 september 2020 besloten een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 17 december 2020 gegrond en vernietigde het, waarbij zij bepaalde dat de staatssecretaris het asielverzoek binnen een week in behandeling moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de rechtbankuitspraak in stand zou blijven en besloot daarom de uitvoering van de uitspraak voorlopig op te schorten.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening betekent dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen over de asielaanvraag totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.