Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Croatia accused of slurring watchdogs in police violence dispute”van 14 mei 2020 en het rapport van Amnesty International van 13 maart 2019:
Pushed to the edge, violence against refugees and migrants along the Balkan route. In dit rapport staat onder meer het volgende vermeld:
The testimonies given to Amnesty International by refugees and migrants in Bosnia and Herzegovina point to a practice of systematic summary expulsions, or pushbacks of people, from the borders of Western Balkan countries without consideration of their individual circumstances. All 94 persons interviewed in the temporary accommodation camps in Bihac and Velika Kladusa have been pushed back to Bosnia and Herzegovina from Croatia or Slovenia at least once. Many have made several unsuccessful attempts to reach Schengen borders only to encounter Croatian police who promptly returned them to Bosnia and Herzegovina without registering their asylum claims. Those intercepted on the Croatian territory were told that ‘there was no asylum in Croatia’, shouted at and frequently beaten and detained for hours without food or water, before being transported in overcrowded, windowless and poorly ventilated police vans and delivered back to the Bosnian border.”
2. If so, in the light of the situation in Bosnia and Herzegovina at the time concerning reception of migrants and efficiency of asylum system, was there an real risk that the applicants would be subjected to treatment in breach of Article 3 of the Convention if they were to be returned there? Did the Croation authorities examine that risk before returning the applicants?
3. Were the applicants subjected to treatment contrary to Article 3 of the Convention in the course of their apprehension and return to the border with Bosnia and Herzegovina? Reference is made to allegations of beatings, transportation in inhuman conditions and placement in a cell for several hours without food or drink.
4. Were the applicants, aliens in the respondent State, expelled collectively, in breach of Article 4 of Protocol No. 4?
5. Did the applicants have at their disposal an effective domestic remedy for their complaints under article 3 of the Convention and Article 4 of Protocol No. 4, as required by Article 13 of the Convention ?”
geenasielaanvraag wilde indienen. Het gegeven dat Kroatië het claimverzoek accepteert op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Dublinverordening is een bevestiging voor deze verklaring. Artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Dublinverordening regelt immers de overname van een verzoeker die in een andere lidstaat, in dit geval Nederland, een asielaanvraag heeft ingediend. Uit het feit dat Kroatië heeft gekozen voor acceptatie van de claim op deze grondslag volgt dat eiser, conform zijn verklaringen op dit punt, in Kroatië inderdaad geen asielverzoek heeft ingediend. De overweging in het bestreden besluit dat onomstotelijk is komen vast te staan dat eiser een asielverzoek heeft ingediend in Kroatië volgt de rechtbank dan ook niet. Weliswaar kan verweerder worden gevolgd in zijn standpunt dat de Kroatische autoriteiten in Eurodac het hebben (moeten) afstaan van de vingerafdrukken door eiser hebben geregistreerd als een asielaanvraag. Nu echter uit het claimverzoek volgt dat de Kroatische autoriteiten het afstaan van vingerafdrukken nationaalrechtelijk niet hebben geregistreerd als asielverzoek - anders zou immers zijn geaccordeerd op 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening - had het op de weg van verweerder gelegen om zich hiervan nader te vergewissen. De stelling van verweerder ter zitting dat, ook indien in Kroatië geen asielverzoek zou zijn gedaan, eiser dat inmiddels in Nederland wel heeft gedaan en dus de toegang tot de asielprocedure is gewaarborgd volgt de rechtbank niet. Kroatië heeft zich middels het claimakkoord alleen verantwoordelijk geacht voor overname en niet voor terugname. Daarom valt niet in te zien waarop verweerder het vertrouwen baseert dat Kroatië eiser zal behandelen alsof hij ook in Kroatië een asielaanvraag heeft ingediend.
“…[t]he determination of individual states on the EU’s periphery to avoid responsibility towards people fleeing conflict, persecution, and poverty, and the EU’s failure to decisively call out and stop such practices, represent a structural threat to the rule of law and fundamental values in Europe and should be robustly challenged.
“Croatia: Police Brutality in migrant pushback operations must be investigated an sanctioned – UN Special Rapporteurs”en het bericht van de Commissioner for Human Rights of the Council of Europe van 21 oktober 2020 met de titel:
“Croatian authorities must stop pushbacks and border violence, and end impunity”.Ook uit deze informatie blijkt dat, anders dan verweerder stelt, geen sprake is van incidenten als het gaat om niet kunnen opkomen tegen het niet nakomen van verplichtingen. Bij deze stand van zaken kan verweerder niet met vrucht staande houden dat eiser een reële mogelijkheid heeft om bescherming van de Kroatische autoriteiten te verkrijgen tegen bejegening in strijd met de verplichtingen die voor hen uit het Europees asielsysteem voortvloeien.