ECLI:NL:RVS:2021:1071
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten zorgtoeslag wegens onjuiste toepassing woonlandfactor
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen over de vaststelling van zijn zorgtoeslag voor 2017 en de eerste helft van 2018. De kern van het geschil is de toepassing van de woonlandfactor bij de berekening van de zorgtoeslag, omdat de echtgenote van appellant in Marokko woonde en via het Centraal Administratiekantoor was meeverzekerd.
De rechtbank had geoordeeld dat de Belastingdienst terecht de woonlandfactor toepaste en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit kennelijk onredelijk was. Appellant stelde dat de berekening onjuist was omdat de zorgtoeslag niet op individueel niveau maar op gezinsniveau werd bepaald, wat tot een lagere toeslag leidde dan volgens de wetgever bedoeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Belastingdienst de standaardpremies van appellant en zijn partner ten onrechte heeft opgeteld en vervolgens de normpremie heeft verminderd. Volgens de memorie van toelichting moet de zorgtoeslag apart worden berekend en daarna worden opgeteld. Hierdoor heeft appellant recht op de maximale zorgtoeslag voor zichzelf en nul voor zijn partner, wat samen hoger is dan de toegekende bedragen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten voor zover zij zien op de periode januari tot en met juli 2018 en gebiedt de Belastingdienst nieuwe besluiten te nemen. Tevens wordt de proceskostenvergoeding aan appellant toegekend en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De besluiten van de Belastingdienst over de zorgtoeslag 2017-2018 worden vernietigd en de dienst moet nieuwe besluiten nemen volgens correcte toepassing van de woonlandfactor.