ECLI:NL:RVS:2021:2619
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten Belastingdienst over kindgebonden budget en zorgtoeslag wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant ontving voorschotten kindgebonden budget en zorgtoeslag over 2018 en 2019, die door de Belastingdienst werden herzien en verlaagd omdat hij een toeslagpartner heeft, zijn echtgenote, die in Marokko woont. Appellant betwistte dit omdat hij feitelijk alleenstaande ouder is die de zorgkosten voor zijn zoon met suikerziekte volledig draagt.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat de Belastingdienst terecht uitging van het wettelijke partnerbegrip en toepassing van de woonlandfactor, en dat appellant geen recht heeft op de alleenstaande ouderkop (ALO-kop). Ook werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen verworpen.
In hoger beroep stelde appellant dat de situatie feitelijk anders is en dat de Belastingdienst in strijd met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst de echtgenote terecht als partner heeft aangemerkt en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het huidige systeem zonder hardheidsclausule.
Wel werd geoordeeld dat de besluiten van 23 september en 2 december 2019 in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel en de hoorplicht, waardoor deze vernietigd worden. De Afdeling herroept de besluiten over zorgtoeslag en laat de rechtsgevolgen van de besluiten over kindgebonden budget in stand. Tevens is de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Afdeling benadrukt dat appellant mogelijk via bijzondere bijstand compensatie kan zoeken voor het gemis van de ALO-kop, en dat terugvordering van te veel betaalde toeslagen nog apart zal worden beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de Belastingdienst over de voorschotten worden vernietigd of herroepen wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel en hoorplicht.