ECLI:NL:RVS:2021:1072
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit zorgtoeslag wegens onjuiste toepassing woonlandfactor bij partner in Marokko
De zaak betreft de herziening van het voorschot zorgtoeslag over 2018 en de definitieve vaststelling over 2017 voor appellant, wiens echtgenote in Marokko woonde en via het CAK was meeverzekerd. De Belastingdienst/Toeslagen paste een woonlandfactor toe, waardoor de zorgtoeslag lager werd vastgesteld dan wanneer de partner in Nederland zou wonen.
De rechtbank oordeelde dat de woonlandfactor volgens de wet correct was toegepast en wees het beroep van appellant af. Appellant voerde onder meer aan dat de berekening onjuist was en dat zijn partner niet als toeslagpartner moest worden aangemerkt omdat zij duurzaam gescheiden leefden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag onjuist had berekend door de standaardpremies van appellant en zijn partner samen te voegen en vervolgens de normpremie in mindering te brengen. De juiste berekening vereist afzonderlijke bepaling van de aanspraken, waarna deze worden opgeteld. Hierdoor heeft appellant recht op de maximale zorgtoeslag voor zichzelf en nul voor zijn partner, samen hoger dan het toegekende bedrag.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Belastingdienst/Toeslagen een nieuw besluit moet nemen met correcte toepassing van de woonlandfactor. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De overige aangevoerde gronden behoefden geen bespreking meer vanwege het slagen van het hoofdverweer.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de woonlandfactor en een nieuw besluit moet worden genomen.