ECLI:NL:RVS:2021:1086
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 mei 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde.
Deze uitspraak biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming tegen uitzetting en waarborgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is afgerond. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure versterkt en wordt voorkomen dat onherstelbare schade ontstaat door voortijdige uitzetting.
Uitkomst: Vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.