ECLI:NL:RVS:2021:1149
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit op 29 april 2021 vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 28 mei 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. C.C.W. Lange. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling tijdens de procedure beschermd en wordt de staatssecretaris financieel aansprakelijk gesteld voor de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.