ECLI:NL:RVS:2021:1163
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning uitbreiding veehouderij wegens onjuiste passende beoordeling stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland verleende op 25 april 2017 een vergunning aan Zuiderzee B.V. voor de uitbreiding van het aantal vleesvarkens en de toevoeging van warmtekrachtkoppelingsinstallaties op een perceel in Creil. Hierbij werd gebruikgemaakt van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en een AERIUS-berekening van de stikstofdepositie.
De rechtbank verklaarde het beroep van MOB en Leefmilieu niet-ontvankelijk omdat zij geen zienswijzen hadden ingediend tegen het ontwerpbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat artikel 6:13 Awb Pro niet van toepassing is bij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en stelde het hoger beroep daarom gegrond.
De Afdeling stelde vervolgens vast dat de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan het PAS niet voldoet aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Hierdoor kon de vergunning niet worden verleend op basis van het PAS, wat leidt tot vernietiging van het besluit. Het college moet de gevolgen van de activiteit opnieuw in kaart brengen en een passende beoordeling opstellen indien vereist.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan MOB en Leefmilieu. De overige beroepsgronden werden niet behandeld vanwege de vernietiging van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de uitbreiding van de veehouderij wordt vernietigd wegens strijd met de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.