Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2023 in de zaak tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., uit Nijmegen, eiseres
het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder
Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomenZuiderzee B.V. uit Creil
Inleiding
Voorgeschiedenis
Verloop van de procedure
Beoordeling door de rechtbank
eentoets aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn heeft plaatsgevonden en dat het waarschijnlijk niet de bedoeling van de wetgever is geweest om deze bepaling zo uit te leggen dat moet worden nagegaan of de toets toentertijd correct is geweest. MOB betoogt dat uit de milieuvergunning blijkt dat helemaal geen toets aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn heeft plaatsgevonden. Daarom is de overgangsbepaling volgens MOB niet van toepassing op de milieuvergunning.
Europese regelgeving
het mogelijk een bepaald (kleinschalig) gebied alsmede een bepaalde soort aan te wijzen die van wezenlijke betekenis zijn. Deze aanwijzing vormt het centrale onderdeel van de Flora- en faunawet. Van belang is dat, ingevolge artikel 4, lid 1 Flora- en faunawet, een lijst van beschermde inheemse diersoorten is opgesteld. Bij constatering van een zeldzame dier- of plantensoort binnen een gebied waar de realisatie van een bepaald project beoogd wordt, speelt de vraag om met de aanwezigheid van deze soort op basis van één of meerdere wettelijke kaders rekening gehouden dient te worden.
Het ministerie van LNV is bevoegd gezag inzake de Flora- en faunawet.
bedrijf gaat dat slechts licht uitbreidt wat betreft ammoniak en geur is de natuurwaarde van het IJsselmeer niet in het geding. In het IJsselmeer bevindt zich kalkrijk water dat de hoeveelheid ammoniak makkelijk kan neutraliseren.
De uitbreiding van Zuiderzee BV heeft nauwelijks effect op de omgeving. Een vergunning op grond van de FF-wet is dan ook niet nodig.