ECLI:NL:RVS:2021:120
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende op 26 februari 2020 een verzoek om internationale bescherming in Nederland in, nadat hij dit eerder in Frankrijk had gedaan. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling, omdat Frankrijk volgens hem verantwoordelijk was voor de behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, met de opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris op 25 mei 2020 een nieuw claimverzoek had ingediend bij de Franse autoriteiten, die dit verzoek op 29 juni 2020 hadden aanvaard. Hierdoor was Frankrijk verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 januari 2021.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.