ECLI:NL:RVS:2021:1211
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bestemmingsplan en spuitzone fruitbomen in West Betuwe
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe handhavend op te treden tegen activiteiten van een buurperceel die in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan "Buitengebied, derde herziening". Het college stelde meerdere overtredingen vast, waaronder het plaatsen van een schaftwagen, opslag van fruitkisten en boomstammen, en het aanleggen van een pad zonder vergunning. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures legde het college een last onder dwangsom op voor het verwijderen van deze overtredingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen over de spuitzone rondom fruitbomen. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de boomstammen niet waren verwijderd, dat de pipowagen en fruitkisten niet tijdig waren verwijderd, en dat het college te lang had stilgezeten. De Raad van State oordeelde dat de overtredingen waren beëindigd en dat de redelijke termijn niet was overschreden.
Verder betoogde appellant dat de spuitzone van 20 meter te klein was, terwijl partij een advies aanvoerde dat 7,5 meter volstaat. De Raad van State stelde dat de omvang van de spuitzone niet in deze handhavingsprocedure aan de orde is, maar in de omgevingsvergunningprocedure. Het college handhaaft tegen fruitbomen binnen 20 meter, omdat daar geen concreet zicht op legalisatie bestaat.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De beroepen tegen het besluit van 23 juli 2020 werden eveneens ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; handhaving last onder dwangsom bevestigd met spuitzone van 20 meter.