ECLI:NL:RVS:2021:1352
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 16 april 2020 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 17 december 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 25 juni 2021 besloten de voorlopige voorziening toe te kennen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door de griffier, aangezien de voorzieningenrechter verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. De beslissing volgt eerdere jurisprudentie van de Raad van State inzake voorlopige voorzieningen in soortgelijke zaken.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.