ECLI:NL:RVS:2021:1353
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende medische noodsituatie
De vreemdeling, met de Sri Lankaanse nationaliteit, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie werd verwacht.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat het BMA-advies begrijpelijk was en de conclusies daarop aansloten. Het BMA erkende wel suïcidale gedachten en een eerdere suïcidepoging, maar stelde dat er geen klinische psychiatrische opnames of psychoses waren geweest en dat de suïcidepoging niet voortkwam uit het ziektebeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het BMA-advies onvoldoende inzicht gaf in de relatie tussen de suïcidepoging en het ziektebeeld. Het enkele feit dat de poging volgde op de afwijzing maakt niet dat deze niet uit het ziektebeeld voortkomt. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt vernietigd.