ECLI:NL:RBDHA:2022:6241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden wegens onvoldoende risico op medische noodsituatie
Eiseres, een Afghaanse vrouw geboren in 1991, heeft een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, nadat haar asielaanvragen en het daaropvolgende beroep waren afgewezen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin is vastgesteld dat eiseres lijdt aan PTSS, gegeneraliseerde angststoornis en obsessieve compulsieve stoornis, maar dat er geen sprake is van een medische noodsituatie op korte termijn die uitstel van vertrek rechtvaardigt.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat er geen spreekuuronderzoek had plaatsgevonden en dat suïcidaliteit onvoldoende was betrokken. Ook stelde zij dat de belangen van haar kinderen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van een spreekuuronderzoek niet leidt tot onzorgvuldigheid, aangezien de BMA-arts schriftelijk en telefonisch informatie heeft ingewonnen en eiseres geen contra-expertise had overgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de suïcidaliteit voldoende was betrokken in het advies en dat er geen concrete aanwijzingen waren voor een verhoogd risico op suïcidaliteit of een medische noodsituatie. De situatie van de kinderen in Afghanistan, waaronder het ontbreken van opvoedondersteuning, valt niet onder de medische noodsituatie zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de Vw. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het uitstel van vertrek heeft geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek op medische gronden wordt ongegrond verklaard.