ECLI:NL:RVS:2021:1365
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 17 november 2016 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer betoogd dat de staatssecretaris de verklaringen van derden, waaronder Stichting Elim en een pastoor, onterecht had terzijde geschoven zonder de vereiste motivering conform de werkinstructie WI 2018/10. Deze instructie vereist dat verklaringen van derden die nieuwe inzichten bieden of bevestigen, inhoudelijk worden betrokken in de beoordeling.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van derden niet afdoen aan de ongeloofwaardige verklaringen van de vreemdeling zelf. Dit was in strijd met de werkinstructie. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.